Dankzij de Kruistochten werden de bedevaarten in Europa gemeengoed. De hoofdbedevaartplaatsen Jeruzalem, Rome en Compostela kregen weldra gezelschap van tientallen andere plaatsen, die met elkaar concurreerden met hun heiligen en het aantal belangrijke relieken: overblijfselen van heiligen of voorwerpen die met die heiligen in verband werden gebracht.
Door de Kruistochten veranderden ook duizenden relieken van eigenaar, zoals de belangrijke Heilig-Kruisrelieken in de Maastrichtse hoofdkerken de Onze Lieve Vrouwe en de Sint Servaas. Hoe meer relieken, des te belangrijker de kerk. Door op weg naar een groot bedevaartsoord zoveel mogelijk kleinere te bezoeken, culmineerde men het aantal te verdienen aflaten. De relieken heetten toen 'heildommen', die speciaal werden vereerd tijdens de 'heildomsker(k)missen', meestal samenvallend met het feest van de kerkstichter.
Weldra kunnen we een zekere clustering constateren, waarbij bedevaartsplaatsen in een bepaalde streek met elkaar afspraken hun 'heildomskermissen' of Heiligdomsvaarten, meestal om de zeven jaar, in dezelfde periode te laten plaatsvinden. Dat garandeerde de meeste bezoekers en genereerde de meeste inkomsten.
De oudst bekende Heiligdomsvaart te Maastricht is in 1391 opgetekend. Binnen een halve eeuw hadden ze, in combinatie met de heiligdomsvaarten van onder andere Aken, Cornelimunster, Mönchengladbach en Sint Truiden, zo’n grote vlucht genomen dat het stadsbestuur speciale regels moest opstellen voor de genadetijd, de acht dagen vóór en acht dagen na het kerkwijdingsfeest van Sint Monulphus, 16 juli. Van Aken is bekend dat in 1440 ruim honderdduizend pelgrims in de genadetijd de stad bezochten. De meesten hebben ongetwijfeld ook Sint Servaas met een bezoek vereerd..... tienmaal zoveel bezoekers in ongeveer zestien dagen als Maastrichts inwoners telde! Geen wonder dat die extra regels nodig waren.
De Heiligdomsvaarten van toen hadden een ander karakter dan de huidige. Het centrale punt vormden de reliekentoningen vanaf de dwerggalerij van de Sint Servaas, de zuilengalerij boven de apsis, aan de op het Vrijthof verzamelde pelgrims. Naast de zogenaamde heilige doeken, die in het graf van Sint Servaas waren aangetroffen bij zijn verheffing tot de eer der altaren, waren dat de aan de heilige toegeschreven bisschopsstaf, pelgrimsstaf, drinkbeker, kelk en pateen en natuurlijk zijn Borstbeeld, waarin de schedel van de heilige is gevat. Tenslotte konden de pelgrims nog het borstkruis dat Sint Lucas Evangelist voor Maria zou hebben vervaardigd, en de arm van de apostel Thomas vereren. Na de toning bliezen de naar schatting telkens tienduizend pelgrims op het Vrijthof op hun pelgrimshoorns.
Het moet een oorverdovend, heilig kabaal zijn geweest.